Meer dan 60% van de mensen maakt zich zorgen over medische desinformatie op internet. Zo blijkt uit onderzoek van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Ruim de helft van de mensen komt medische desinformatie tegen op social media, maar veel mensen weten niet goed hoe medische desinformatie te herkennen.
Herkennen lukt niet altijd
Veel mensen zijn zich bewust dat niet alle informatie op internet betrouwbaar is. Meer dan 60% maakt zich hier dan ook zorgen over. Van de 740 respondenten gaf slechts iets meer dan de helft aan dat ze medische desinformatie goed kunnen herkennen. Ruim 3% van de mensen noemde uiterlijk van de maker van bijvoorbeeld een filmpje een aspect dat ze meewegen in het herkennen van desinformatie. In de praktijk blijkt dit niet altijd betrouwbaar te zijn.
Belasting voor de zorg
Uit eerdere onderzoeken bleek dat artsen veel tijd in de spreekkamer kwijt zijn aan het weerleggen van desinformatie. Dit geldt ook andere beroepsgroepen, zoals verpleegkundig specialisten. Onderwerpen die veel benoemd worden zijn het gebruik van oxytocine, corticosteroïden en vaccinaties.
Regels veelal onbekend
Het IVM deed daarnaast ook onderzoek of mensen de regels rond reclame over medicijnen kennen. Mag je jouw positieve ervaringen met een medicijn eigenlijk online zetten? De regels hiervoor zijn streng, maar grotendeels onbekend. Slechts een derde van de mensen wist dat je bijvoorbeeld ervaringen met het afvallen door semaglutide niet via internet mag verspreiden.
IVM-directeur Ruud Coolen van Brakel:
“Desinformatie over medicijnen en medische desinformatie in de breedte is een groeiend probleem in de samenleving. Meerdere redenen liggen hieraan ten grondslag: commerciële belangen van alternatieve therapieën of van internetcowboys, verlies aan vertrouwen in wetenschap en in instituties, en de razendsnelle verspreiding van onjuist of nepnieuws via sociale media zijn voorbeelden hiervan.
Het uit zich ook in een breed scala van vormen: van AI-fakeprofielen van bekende artsen en wetenschappers via betaalde influencers die onjuiste gezondheidsclaims de wereld inslingeren, tot aan malafide internetverkopers op het darkweb en zelfs desinformatie verspreidende politici in binnen- en buitenland.
Dit is niet onschuldig. Het kan ertoe leiden dat de vaccinatiegraad van kinderen daalt waardoor ziekten uit het verleden weer opduiken, dat vrouwen ongewenst zwanger raken omdat ze de pil niet vertrouwen, dat mensen onnodig in het ziekenhuis belanden door op eigen houtje afslankmiddelen te gebruiken, dat levensreddende therapieën niet vertrouwd worden en heil gezocht wordt in onwerkzame behandelingen, tot aan vermijdbare overlijdens als gevolg van aankoop van gevaarlijke (designer)geneesmiddelen met valse claims via dubieuze internetaanbieders.
Het IVM wil hier iets aan doen en roept partijen op gezamenlijk de handschoen op te pakken om verantwoord gebruik van geneesmiddelen weer in het centrum van de aandacht te zetten.”
Twijfel je als patiënt of informatie wel klopt? Kijk dan eerst op betrouwbare sites als Thuisarts.nl, apotheek.nl of de bijsluiter van je medicijn. Heb je dan nog vragen? Praat erover met je (huis-)arts of apotheker.
Lees meer:
Over het IVM
Het IVM is de neutrale kennis- en implementatieorganisatie die landelijk de kwaliteit, veiligheid en betaalbaarheid van het geneesmiddelengebruik verbetert. Het IVM doet dat door beleid en wetenschap te vertalen naar praktische handvatten voor iedereen die in de dagelijkse praktijk met medicijnen te maken heeft. Onder meer het landelijk meldpunt voor medicatie-incidenten (VMI) en de IVM-academie waar inmiddels meer dan 200.000 cursisten staan ingeschreven, maken deel uit van het IVM. Verder ondersteunt het IVM het FTO in Nederland, geeft informatie over nieuwe geneesmiddelen(groepen), verricht toegepast onderzoek, voert audits uit en geeft adviezen over medicatieveiligheid in de langdurige zorg. Ook verzorgt het IVM de landelijke campagnes over geneesmiddelen en verkeer.
Uitkomsten onderzoeken
Medicijngebruikers over medische desinformatie
In een peiling onder medicijngebruikers (n=740) geeft 60% aan zich zorgen te maken om desinformatie. De helft van de respondenten gaf aan zelf wel eens medische desinformatie op social media tegen te komen. De meest genoemde onderwerpen van de desinformatie zijn (corona)vaccinaties, de effectiviteit van supplementen of vitamines en het gebruik van paracetamol tijdens zwangerschap.

Iets meer dan de helft van respondenten denkt medische desinformatie goed te kunnen herkennen, ondanks dat er geen concrete aanwijzingen hiervoor zijn. Opvallend is dat 3,3% denkt desinformatie ook (deels) te kunnen herkennen aan hoe iemand eruitziet. Terwijl het aantrekken van een doktersjas op sociale media veelal gebruikt wordt om geloofwaardiger over te komen. Het IVM maakte daarom een factsheet met waar je als patiënt op kan letten bij het herkennen van desinformatie De meest genoemde gevaren van medische desinformatie waren gezondheidsschade en polarisatie van de samenleving.
Medicijngebruikers over reclame op social media
Aan de hand van vijf casussen onderzocht het IVM in hoeverre men bekend is met de regels van reclame maken op sociale media. Een geneesmiddel of het gebruik ervan mag niet worden aangeprezen. In drie casussen wist minder dan 40% van de respondenten of het toegestaan was wat de influencer vertelde. Maar liefst 64,4% van respondenten dacht dat het is toegestaan als een vrouw met diabetes type 2 Ozempic op sociale media prijst omdat ze er flink door is afgevallen. Een casus waarin een influencer aan de kijker vertelt hoe je illegaal aan een recept voor Ozempic kan komen, werd het vaakst goed beantwoord. 88,8% van de respondenten wist dat dit niet toegestaan is.
Zorgprofessionals over medische desinformatie
We vroegen zorgprofessionals uit het veld over hun ervaringen met medische desinformatie met ons te delen in de rubriek ‘Feit of fabel’. Slechts een paar zorgverleners vertelde er weinig tot geen ervaring mee te hebben, dit waren vooral apothekers. Van voorschrijvers en verpleegkundigen kregen we veel ervaringen ingezonden. Onderwerpen die met ons werden gedeeld waren, het gebruik van oxytocine, vitaminen, kruidenmiddelen en vaccins. Zie hier uitgelichte fabels:
|
Fabel of feit? |
Ingestuurd door |
|
“Donorbloed van iemand met een covid vaccinatie is slecht voor je” |
anesthesioloog |
|
“Gebruik van synthetisch oxytocine belemmert hechting en borstvoeding en veroorzaakt depressie of angststoornissen” |
gynaecoloog |
|
“Kruiden en ‘natuurlijke’ middelen zijn altijd veilig” |
dermatoloog |
|
“Hormoonzalven maken de huid verslaafd” |
dermatoloog |
|
“Teveel vitamine plas je weer uit” |
verpleegkundig specialist |
|
“diabetes kun je behandelen door je lever te reinigen” |
huisarts |
Samenvatting belangrijkste uitkomsten
Medicijngebruikers en zorgverleners maken zich zorgen om medische desinformatie op social media. Het herkennen van desinformatie kan lastig zijn voor diegene zonder medische achtergrond. Medicijngebruikers noemen gezondheidsschade en polarisatie van de samenleving als gevaarlijkste gevolgen. Zorgverleners merken op dat patiënten door desinformatie wantrouwiger naar de zorgverlener kunnen worden. Het kost ze vaak veel tijd kwijt om fabels te weerleggen en vertrouwen te winnen.
